Marja Boeve


Op haar website http://www.muziekdiejeraakt.nl en haar CD vind je volop herkenning.

Voor mijn gevoel is mijn moeder altijd bij me.

Op haar twintigste verloor Marja (43) haar moeder. Ze had wel verdriet, maar stopte dat zo ver mogelijk weg. Pas jaren later kwam ze erachter hoe belangrijk het is om te rouwen om zo'n groot verlies.

Marja: "Mijn moeder wist al drie jaar dat zij ziek was. Zij had een knobbeltje in haar borst ontdekt, maar is er niet mee naar de dokter gegaan en heeft gewoon niets gezegd, omdat ze een panische angst voor artsen had. Toen het een enorm gezwel werd, is mijn vader achter haar rug om naar de huisarts gegaan. Die stond direct op de stoep en binnen een paar uur lag mijn moeder in het ziekenhuis.

Ze werd geopereerd, haar borst werd geamputeerd. Toen zij thuiskwam, deed ze alsof er niets gebeurd was. Met mij heeft zij nooit over haar kanker gepraat. Ik heb er ook nooit naar gevraagd, daar was de sfeer thuis niet naar. We waren blij dat zij weer thuis was en pakten het dagelijks leven weer op zoals voor haar operatie."

Niemand zei wat

"Maar het ging heel snel weer fout, ze kreeg vocht achter haar longen en moest terug naar het ziekenhuis. Vanaf dat moment werd het voor mij allemaal wat ongrijpbaarder. Het ging zo snel. Ik kan mij maar één keer herinneren dat zij zei: "Ik ben zo bang dat ik doodga." Ze lag in bed en we stonden om haar heen, maar niemand ging erop in. Ik weet nog dat ik dacht: het is waar, ze gaat dood en niemand zegt iets! Vreselijk vond ik dat. Het beeld van haar overlijden staat nog op mijn netvlies gegrift: mijn vader zat aan één kant van het bed, mijn broer aan de andere kant en beiden hielden haar hand vast. Was er plaats voor mij? Ik ben weg gerend en heb heel hard "mama!" geroepen. De volgende dagen werd de begrafenis geregeld. Ik werd er niet bij betrokken, het ging grotendeels aan mij voorbij. Ik beleefde de hele begrafenisdag in een waas, alsof ik mijn gevoel had opgesloten. Verschrikkelijk vond ik die mensenstoet. Bij de broodmaaltijd erna was ik eigenlijk woedend. Ik dacht: hoe kun je in godsnaam honger hebben als mijn moeder dood is? Ga toch weg!"

 

Leven in twee werelden

"Het leven ging door, er werd niet veel over mijn moeder gepraat. Niemand vroeg of ik haar miste of hoe het met mij ging. Ik was een extravert, vrolijk type, was vaak bij mijn vrienden te vinden, daar had ik behoefte aan en we hadden veel lol, ik werd ook verliefd, allemaal alsof er niets gebeurd was. Ik probeerde gewoon te zijn en niet op te vallen, maar van binnen voelde ik dat ik anders was en dat kwam natuurlijk door wat ik meegemaakt had. Ik leefde in twee werelden. Voor de buitenwereld was ik vrolijk, maar als ik alleen was, zat ik in mijn eigen gedachtewereld. Daarin wilde ik mijn moeder vasthouden, dan was ze van mij. Mijn onbezorgdheid was dan weg.

Dat jaar moest ik eindexamen doen op de pedagogische academie. Ik had een fijne tijd op school, daar was ik niet ongelukkig, maar ik voelde mij ook schuldig. Ik dacht vaak: o jee, ik ben vrolijk, mag dat wel? Soms wist ik mij ook geen houding te geven, zoals bij de examenuitreiking. Ik had het gevoel dat iedereen naar mij keek. Moest ik nu lachen of moest ik verdrietig kijken?

Eindelijk beginnen met rouwen

Constant had ik het gevoel dat mijn moeder bij mij was, ergens in mijn hoofd. Door de jaren heen zijn er veel moeilijke momenten geweest, zoals de dag dat ik mijn vriend meenam naar het graf ("nou mam, dit is mijn man"), mijn trouwdag, de geboorte van mijn dochter... Als ik ging winkelen, zag ik alleen maar kinderwagens met daarachter een moeder mét een trotse oma lopen. Dan miste ik mijn moeder enorm.

Toen ik 32 jaar was, zocht de basisschool waar ik les gaf, een rouwcoödinator die volgens het rouwprotocol de zaken regelt als er iemand overlijdt. Het leek me wel wat en ik ben er een cursus voor gaan volgen. We kregen op een gegeven moment de opdracht om een tekening te maken van heden, verleden en toekomst. De toekomst bleef bij mij leeg, ik kon helemaal niets verzinnen, echt niets. Ik dacht: misschien is er helemaal geen toekomst, misschien ben ik dan wel dood. Die cursus heeft heel veel losgemaakt. Toen hij afgelopen was, ging het helemaal niet goed met me en wist ik dat ik hulp moest zoeken. Ik kwam bij een gespecialiseerd therapeute terecht en het werd al snel duidelijk dat ik niet goed gerouwd had om het overlijden van mijn moeder. Met behulp van die therapeute kon ik eindelijk beginnen met rouwen om dit grote verlies. Naast het opnieuw afscheid nemen van mijn moeder, bereidde ik ook alvast het afscheid nemen van mijn vader voor, die toen 73 jaar was. Wij hadden een heel goede, intensieve tijd samen. En daar ben ik nu nog blij om. Een jaar later overleed mijn vader vrij plotseling. Dit keer nam ik heel bewust afscheid. Ik heb de dood bespreekbaar gemaakt, ook tegen mijn dochter heb ik gezegd dat opa dood ging. Toen ik me realiseerde dat ik dit allemaal niet heb kunnen doen bij mijn moeder, deed dat ontzettend pijn."

Het verdriet verdwijnt nooit

"Het rouwproces zal waarschijnlijk nooit over zijn. Ik zie het als een ui: iedere keer pel ik een schil af. Zo kom ik tot mijn kern, maar ik ben naar mijn gevoel nooit klaar. Mijn moeder zit gewoon in mij. Ik herken haar in de muziek die ik schrijf, in mijn lachen, in hoe ik reageer op situaties. En in mijn dochter. Ik ben mij er zo bewust van haar moeder te mogen zijn. En dat is heel mooi, maar soms komt het verdriet om mijn eigen moeder ineens heel hard aan. Bijvoorbeeld het moment waarop mijn dochter voor het eerst 's nachts niet alleen huilde, maar daadwerkelijk "mama" riep. Dat raakte mij diep in mijn ziel. Ook kan ik er ongelooflijk naar verlangen om ooit oma te worden, om die tijd te mogen delen met mijn dochter.

Het verdriet van het verliezen van mijn moeder zal ik altijd voelen, dat raak ik nooit meer kwijt. Ik voel mij soms een viool zonder klankkast, alsof de snaren blootliggen. Ik leef heel bewust met de gedachte dat de dood heel dichtbij kan zijn. Dus ik ga nooit weg zonder afscheid te nemen. En ik bel altijd als ik later kom. Je weet maar nooit of er wat gebeurt."

Als een van de ouders jong overlijdt

Ruim 10% van de mensen Nederlandse bevolking verliest op jonge leeftijd een of beide ouders. Een dergelijk verlies op jonge leeftijd is een zeer ingrijpende gebeurtenis, die nog tientallen jaren haar sporen kan nalaten.

De tekst van bovenstaand interview is van Marjon Jens en geplaatst

in Libelle nr 44, november 2007

Menu